Stuif es in syndroom

‘Meestal gaat het wél goed.’
Het Stuif es in syndroom. Voor de jongere lezers: Stuif es in was vroeger een onweerstaanbaar televisieprogramma voor de jeugd. Kinderen vertoonden er uiteenlopende kunstjes. Voor de winnaar was er eeuwige roem en natuurlijk de Gouden Stuiver. Op het moment suprême ging het ook nogal eens mis, sneu was dat. Een papegaai die het eerste couplet van het volkslied kon zingen, hield op tv stijf zijn snavels op elkaar. De act van het jongetje dat briljant kon fluiten met droog beschuit in z’n mond, ging hopeloos de mist in. Standaardcommentaar van de kandidaten bij zo’n miskleun: ‘Thuis doet ie het wel.’ ‘Meestal gaat het wél goed.’

Ik beleef mijn Stuif es in syndroom bij het inleveren van de Greenwheels-huurauto. Plaats van handeling: de vaste parkeerplek bij ons in de buurt. Pal voor de stoep van het populaire buurtrestaurant.
Het is vol op het terras. Dus veel toeschouwers eerste rang bij de voorstelling fileparkeren. Mijn vrouw waarschuwt me als we aan komen rijden. ‘Mindful’, prent ze me in. ‘Ga niet stoer doen omdat je vindt dat je als man in een keer strak moet inparkeren.’ Ik knik maar ik hoor de macholeeuw in mezelf brullen. Dit kunstje ga ik flikken voor die mensen op de eerste rang.

Maar helaas, wet van Murphy. Poging 1: veel te ver van de stoep, terug. Pogingen daarna ook tot mislukken gedoemd ondanks dappere assistentie van echtgenote op de stoep. Bij poging 5 iets te ver naar achteren, ergo lichte touché met verkeersbord.
Bij poging 6 probeer ik mijn zweetaanval in te dammen met dit mantra: niemand kijkt naar jou.
Wel, zo blijkt. Want als ik uitstap om de afstand trottoir-auto aan een nader onderzoek te onderwerpen, tikt een van de terrasgangers –  natuurlijk een man – mij op de schouders. ‘Vriend, zal ik het voor je doen? Ik zit het met pijn aan de ogen aan te zien.’

Ik val in een diepe en donkere kuil, klauter naar boven, wurg mijn tegenstribbelend ego, haal diep adem en overhandig gedwee mijn autosleutels.

De man neemt resoluut plaats achter het stuur. Dit is de automobilist die ik wil zijn, bedenk ik terwijl ik hem in no time het vehikel strak zie zetten. Auto spuit schuin vooruit uit het parkeervak en even rap met de kont naar achteren weer terug. Virtuoze stuurtechniek bovendien: met één vuist, driftig snelle rondjes op het stuur draaien. (Ik weet een vleug jaloezie ternauwernood te temperen. Net zoals vroeger in het publiek bij popconcerten. Die jongens voor me die hun knappe vriendin op hun nek torsten. Jaloers want A) ik was er niet sterk genoeg voor en B) ik had geen vriendin, laat staan een knappe. Dat ze mij het zicht op het podium belemmerden, laat ik hier even buiten beschouwing).
Max Verstappen stapt uit en geeft me mijn sleutels weer terug. Ik bedank hem, wil nog iets nog Stuif es in achtig mompelen maar zie daar toch maar van af.
Hij schuift weer aan bij vrouw en kinderen die bewonderend papa’s verrichtingen hebben kunnen gadeslaan op de eerste rang.
 
Verderop in de wijk is nog een Greenwheels-parkeerplaats, een stille plek naast het kanaal. Die maar nemen de volgende keer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s